Onze Visie
 

 
1. Behoud van christelijke dimensie:
In een tijd waarin de Christelijke dimensie geen evidentie meer is, willen wij toch binnen dezelfde geest werken en zoeken naar een eigentijdse vertaling van deze Christelijke inspiratiebron.
 
Deze Christelijke dimensie moet voelbaar zijn in ons werk:
  • in de dagdagelijkse contacten met patiënten: die wij willen benaderen als unieke mens en die we geborgenheid willen geven
    (we maken plaats voor zwaksten en kansarmen: zelfs indien we weten dat de kans tot financiële vergoeding klein of onbestaand is)
  • aandacht voor de mens achter "de patiënt": holistische benadering
  • gelijke behandeling van onze patiënten met respect voor hun persoon en privacy onafhankelijk van hun maatschappelijke positie of de relaties die ze kunnen aanbrengen
Pastoraal en liturgie zijn een uitdrukking van deze Christelijke sfeer
  • Pastorale dienst geeft deze Christelijke sfeer vorm en vangt patiënten en personeel op met respect voor andersdenkenden
  • Bijzondere aandacht voor de mens die ziek is, oud wordt en die sterft.
  • Aandacht voor ethische waarden en ethische aanspreekbaarheid.
  • Niet alleen de opgave om deskundig te zijn maar ook om ethisch gevoelig te zijn.
In het algemeen beleid problemen onder ogen durven zien en bespreekbaar maken vanuit een christelijke grondvisie op mens en wereld.
  • Binnen het beleid streven naar klare standpunten en verantwoord handelen
  • Medewerkers staan loyaal t.o.v. deze christelijke visie en pogen deze gestalte te geven
  • Elkaar helpen om hoopvolle en vreugdevolle mensen te zijn
 
2. Kwaliteit binnen kwantitatieve beperkingen:
In ons streven naar kwaliteit, de patiënt met de beste zorgen omringen zowel fysisch, psychisch als sociaal.
 
Bij het realiseren van een hoge kwaliteit ervoor zorgen dat de kwaliteitsverschillen tussen de diensten zo klein mogelijk worden gehouden.
 
Binnen de schaalgrootte streven naar het uitwerken van een sterke organisatie .
 
Het realiseren van kwaliteit vraagt discipline en permanente controle van de gemaakte afspraken. Het steeds opnieuw niet naleven van afspraken werkt scleroserend en staat een voortschrijdende kwaliteitsverbetering in de weg.
Een individuele toewijzing van verantwoordelijkheden is noodzakelijk zodanig dat bij bevraging een duidelijk antwoord komt.
Schaalvergroting heeft een negatief effect op de sfeer eigen aan onze instelling.

 
3. Patiëntveiligheid
Bewerkstelligen van een veiligheidscultuur waarin in het individueel en organisatorisch gedrag zoveel mogelijk wordt getracht individuele schade te beperken en komen tot een besef dat fouten kunnen voorkomen ondanks de beste voorzorgen.
Uiteindelijk is het doel te komen tot een lerende organisatie, die vanuit een goede analyse van hetgeen fout gaat, zelf de nodige correcties kan realiseren.
Bij de analyse van incidenten dient men uit te gaan van een multifactoriële benadering. Er zijn immers tal van factoren die een invloed hebben op de veiligheid van de zorg: werkomgeving, teamfactoren, individuele personeelsfactoren.
Het doel van het analyseren van incidenten dient niet zozeer gericht te zijn op het vinden van oorzaken/factoren die het incident of de fout veroorzaken, maar wel op het detecteren van structurele onvolkomenheden binnen het systeem.
Procedures en taakbeschrijvingen zijn maximaal gestandaardiseerd.
Binnen het streven naar een patiënt veilige omgeving verdienen de volgende actieclusters bijzondere aandacht:
1. werken aan een niet-sanctionerende cultuur,
2. openheid en communicatie bevorderen, rapporteren stimuleren, feedback geven en incidenten beschouwen als een leermoment om    de organisatie te optimaliseren,
3. teamwerk binnen en tussen afdelingen bevorderen, transfers in ziekenhuis optimaliseren, en investeren in medewerkers (o.a. op vlak van vorming, ... ),
4. proactief optreden bij het ontwikkelen en bijsturen van processen in functie van veiligheid cf. eenvoud nastreven, veiligheidssystemen inbouwen, ... .
 
4. Permanente zorg op alle niveau's voor een blijvende motivering:
Intern positief en constructief samenwerken en een klimaat creëren dat motiverend werkt.
 
Volgende elementen dragen hiertoe bij :
  • het verstrekken van juiste en duidelijke informatie
  • het organiseren van inspraak en overleg
  • het maken van vaste afspraken
    een nieuw organigram waarin staat wie waarvoor verantwoordelijk is en tot wie men zich moet richten.
  • het stimuleren en organiseren van bijscholing
  • het delegeren van bevoegdheden veronderstelt vanuit :
    • de werkgever : vertrouwen, begeleiding (met evaluaties) en aanvaarden dat fouten worden gemaakt
    • de werknemer : bekwaamheid, verantwoordelijkheidszin, bereidheid tot leren
  • gelijke behandeling van alle personeelsleden
  • het regelmatig uiten van positieve waardering
  • aandacht voor de mens achter het werk
  • interne promotie stimuleren indien mogelijk
  • zoeken naar alternatieven bij gebrek aan promotiekansen : vb. per dienst vpkn betrekken bij deelgebieden van het werk waardoor zij
  • persoonlijk groeikansen krijgen.

5. Het realiseren van een positieve uitstraling naar buiten toe:

Het leveren van kwalitatief hoogstaand werk zonder externe uitstraling en waardering geeft op termijn weinig toekomstperspectieven.
 
We wensen een open huis te zijn waar bezoekers steeds welkom zijn en kunnen ontvangen worden door alle niveaus in huis.
 
Via onze accommodatie wensen we open te staan voor activiteiten die niet specifiek eigen zijn aan de gezondheidssector. We willen onze accommodatie inschakelen om ons naar buiten toe te profileren.
 
Door een bewuste aanwezigheidspolitiek willen we buitenshuis onze identiteit kenbaar maken (spreekbeurten houden, bijscholing geven, lidmaatschap verenigingen ... ).
 
6. De totale mens, zorg voor de patiënten en de zorgenden:
Als we willen vertrekken vanuit de totaliteit van de unieke mens dan moeten we ervan uitgaan dat de behandelende geneesheer en de verpleegequipe deze patiënt dan ook integraal trachten te volgen op fysisch, psychisch, sociaal, emotioneel en spiritueel vlak. Wat zij zelf kunnen doen, laten we hen zelf doen.

Door de complexiteit en professionalisering van de zorg moeten de behandelende arts en de verpleegkundigen ook een beroep kunnen doen op andere disciplines zoals de sociale dienst, de pastorale dienst, het palliatief supportteam, de psychologen en de paramedici.
Al deze medewerkers hebben als taak om de behandelende geneesheer en de verpleegkundigen te helpen het zelf te doen.
Op verzoek zullen ze gespecialiseerde taken op zich nemen en daarover verslag uitbrengen; mondeling en liefst ook via schriftelijke rapportering in het verpleegdossier. Het verzoek tot inschakelen van de psycholoog binnen de liaisonpsychiatrie is geformaliseerd via een consultaanvraag. Het palliatief supportteam kan ingeschakeld worden telefonisch, via mail of consultaanvraag en dit op vraag van familie, patiënt, arts of gezondheidswerker.

De rapportage binnen de liaisonpsychiatrie en het palliatief supportteam  gebeurt steeds via een schriftelijk verslag naar de behandelende arts en een vermelding in het verpleegdossier.
Bij betrokkenheid van verschillende disciplines tracht men ook op de verpleegafdelingen (waar geen georganiseerde interdisciplinaire werking aanwezig is zoals op de geriatrie) tot een spontaan overleg te komen. Dit overleg heeft tot doel :
1. eenheid van handelen tussen de verschillende betrokken disciplines te bewerkstelligen en,
2. te voorkomen dat de patiënt, onnodig, met teveel hulpverleners wordt geconfronteerd waaraan hij telkens weer zijn verhaal moet doen.
In deze benadering zal men het recht op privacy van de patiënt, het beroepsgeheim en de patiëntenrechten trachten te eerbiedigen met bijzondere aandacht voor de waarheidsmededeling. Dit impliceert dat men de patiënt informeert en toelating vraagt bij het nemen van beslissingen en liefst in team tot conclusies komt met respect voor naastbestaanden en partners in de thuiszorg.
Van de hoofdverpleegkundige en verpleegkundigen wordt verwacht dat zij met de behandelende geneesheer spontaan tot een interdisciplinair overleg overgaat, indien de zorgen rond de patiënt dit vereisen.

In het verpleegdossier is terug te vinden wie van deze disciplines betrokken zijn bij het zorgproces en welke procedures lopen (aanvraag tot opname, consult psycholoog bij stemmingsstoornissen, ... ).
Door de complexiteit van deze zorgen worden verpleegkundigen ook dikwijls geconfronteerd met ethische vragen. In die zin is het belangrijk een beroep te kunnen doen op de ethische werkgroep en/of het ethisch comité zoals voorzien in de wet.